Winterzaai!

Geduld is een schone deugd. Dat zeggen ze toch. Ik kan niet anders dan het er mee eens zijn. Voor mij komt het neer op de tijd zijn ding laten doen. Het zal niet meer lang duren alvorens we overal foto’s en verhalen zien van mensen die fier zijn op wat ze binnen hebben voorgezaaid, Ze willen de tijd in hun voordeel benutten, de tijd versnellen. Niets op tegen natuurlijk, iedereen zijn ding.

Maar als we daar eens goed over nadenken gaat dat gewoon volledig tegen de natuur in. Vaak komen binnen-voorgezaaide planten / groenten er zwakker uit en ondergaan ze grote stress eens ze buiten worden gezet, verspeend en geplant.

Wat kunnen we dan wel al doen in deze wintermaanden. Wel, het is de ideale periode om vaste planten buiten te zaaien, in potjes of in volle grond. De reden is simpel. Het is gewoon meegaan met de natuur. Het overgrote merendeel van vaste planten zijn licht- en koude kiemers. Ze hebben de koude (zelfs vries temperaturen) nodig om de zaden uit hun kiemrust te halen. En best ook nog wisselende temperaturen. Kieming begint dan ongeveer in maart.

Winterzaai in potjes

Ook vanuit financieel oogpunt is het zaaien van vaste planten een goede zaak. De gemiddelde prijs voor de aankoop van een vaste plant, bij kwekers en tuincentra, is 3 tot 4 Euro. Daar heb je al een zakje van een 200 tot 1000 zaden voor (afhankelijk van de soort). Stel je voor wat voor een voordeel je zoal doet. En er is toch niets mooiers dan zelf het proces van zaad tot plant te volgen niet? Och ja, het neemt tijd, want het duurt wat alvorens vaste planten bloeien, maar zoals gezegd : geduld is een schone deugd. De tijd zijn ding laten doen. De natuur zijn gang laten gaan.

Zelf heb ik een winterzaai gedaan van Monnikskap, Akelei, Verbena, Echinacea, Euphorbia, Dicentra, Persicaria enz.. Allemaal buiten in potjes. Benieuwd wat het gaat worden. Ik hou je op de hoogte.

Intussen zijn we een tijdje verder (half januari 2019), hebben we nagenoeg geen vriestemperaturen gekend, en toch zie ik de eerste kiemplantjes verschijnen. De koploper is de Persicaria Orientalis, met een grappig paarse kiem dat zijn kopje boven de aarde uitsteekt.

Kieming Persicaria Orientalis

Piet Oudolf : Ontwerpen met planten!

De naam Piet Oudolf is een begrip in de siertuinwereld. En ‘Schijnbare chaos’ is een begrip in de wereld van de moestuin. Het is geïntroduceerd door Frank Anrijs in zijn boek, “Natuurlijk moestuinieren in 7 stappen”. Wel, je zou kunnen stellen dat Piet Oudolf de grondlegger is van ‘Schijnbare Chaos’ op het niveau van de siertuin. Dat is alvast mijn persoonlijke mening. Zijn manier van combineren, van het kijken naar planten in functie van meer dan kleur alleen is baanbrekend. Het boek van Noel Kingsbury, als introductie op het werk van Piet Oudolf, is een mooi begin als je jouw siertuin een meer natuurlijke uitstraling wenst te geven. Kingsbury beschrijft op een zeer toegankelijke wijze de manier waarop Oudolf naar vaste planten kijkt. Een manier die in den beginne als bijzonder onconventioneel werd beschouwd.

Oudolf vertrekt vanuit het principe dat kleur slechts één van de elementen is in het ontwerpen van een beplantingsschema. Belangrijker nog zijn de vorm, de structuur, de grote en kleur van het blad, de wijze waarop een plant zich gedraagt doorheen de seizoenen, de stemming die het oproept, de functie van een plant als gatenvuller of structuurplant. De functie van grassen en de beweging die ze met zich meebrengen, werken inspirerend. En de combinatie van dit alles doet het geheel zeer natuurlijk overkomen, Het is alsof Piet Oudolf ons met de neus op de feiten drukt, dat hij ons toont hoe vaste planten zich werkelijk in symbiose met elkaar gedragen. Een beplanting die in alle seizoenen haar schoonheid onthult, die het traditionele denken overstijgt. Een beplanting die als mooie meevaller ook nog eens fantastisch is voor het zo bedreigde leven van de vlinders, bijen en hommels om ons heen.

Als je Piet Oudolf en zijn visie op vaste planten nog niet kent, is het boek “Ontwerpen met planten” best wel een goede introductie. In het slechtste geval is zijn visie gewoon niets voor jou, maar zelfs dan zal je inspiratie opdoen, al was het maar dat je op een andere manier naar vaste planten leert kijken. In het beste geval sta je verstelt en denk je van, wow, dit is iets dat ik wat meer moet toepassen in mijn eigen tuin. Wel, dan heb je alvast een goede houvast, leer je -hoe ervaren je ook bent- een aantal planten kennen die een mooie aanvulling kunnen zijn in je eigen tuin.

Het is natuurlijk mogelijk dat je denkt : wat moet dat allemaal kosten? Een logische vraag lijkt me, maar dat mag je niet afschrikken. Piet Oudolf is wereldbefaamd en het is dan ook normaal dat hij in zijn werk direct resultaat wenst, dat zijn klanten dat wensen. De implementatie van zijn projecten kosten natuurlijk duizenden Euro’s, maar ja, wat had je anders gedacht.

Laat je echter niet afschrikken, gebruik zijn werk als inspiratie voor je eigen tuin en kopieer het niet losweg. De kosten kunnen enorm gedrukt worden door zelf zaden te bestellen van de planten die je leuk vindt. Door geduld te hebben en zelf te zaaien, want er is niets leukers dan het proces van zaad tot plant te volgen. Als je hier een leidraad wenst kan je alvast mijn bericht over de “winterzaai” eens lezen, want dit is de manier waarop ikzelf de kosten druk.

En ik heb ook van de verschillende planten die in het boek aan bod komen een aantal Pinterest borden gemaakt zodat je makkelijk een overzicht hebt en op snelle wijze een beeld krijgt van wat jij eventueel leuk vindt en wat van toepassing kan zijn op je eigen tuin. Aarzel niet om even een kijkje te nemen. De borden zijn geordend naar de structuur die Oudolf zelf gebruikt, van gatenvullers tot intermediaire- en ware structuur planten.

https://nl.pinterest.com/groennegendusst/oudolf-garden-design/

Voorts wil ik natuurlijk graag weten wat jij zoal toepast in je eigen siertuin, dit vanuit de visie dat het delen van ervaringen alleen maar leerrijk kan zijn, dat we allen kunnen leren van wat de ander doet in zijn of haar tuin.

Ik kijk alvast uit naar jullie reacties!

Natuurlijke Moestuin

Zeven stappen naar een natuurlijke moestuin is het eerste boek over moestuinieren dat ik ooit gelezen heb. En daar ben ik blij om. Het heeft me duidelijk gemaakt wat ik intuïtief al wist. Frank Anrijs schrijft zowel vanuit zijn eigen ervaring als vanuit de ervaringen van zijn ouders en dit zonder belerend te zijn.

Hij pent in een zeer toegankelijke en duidelijke taal zijn visie neer over (moes)-tuinieren. Een visie die vertrekt vanuit de logica van de natuur. Bij het lezen heb je dan ook continu de nijging om ja te knikken, alsof er niets nieuws onder de zon is, alsof hij ons vertelt wat we allemaal al weten. En toch, ondanks de logica, blijkt elke dag dat velen dit boek zouden moeten lezen, de principes ervan zouden moeten toepassen. Principes die niet enkel van toepassing zijn op de moestuin, maar op het tuinieren in het algemeen, en dus ook de siertuin. De opsplitsing tussen siertuin en moestuin is tevens een kunstmatig gegeven, ze is arbitrair en op zich niet nodig. Dus ook als een moestuin je ding niet is, kan dit boek als leidraad dienen om op een meer natuurlijke manier te gaan tuinieren.

Van alle zaken die Frank verteld zijn er vooral twee die me bijgebleven zijn, twee principes die de manier waarop je tuiniert drastisch kunnen veranderen. Twee principes die ik nog dagelijks toepas in mijn eigen tuin:

  1. Mulchen : Of anders gezegd, de aarde bedekt houden, met organisch materiaal van allerlei soort. Als je dit principe consequent toepast, met wat voor organisch materiaal je ook maar voorhanden hebt, dan merk je best wel snel hoe je bodem erop vooruit gaat, hoe het ondergrondse leven zijn gang kan gaan en explosief in aantal toeneemt. Dit alles met een grotere bodem-vruchtbaarheid tot gevolg, een toename in minarelen en andere essentiële voedingstoffen die je planten / groenten ten goede komen. Een bodem die leidt tot sterkere en dus minder kwetsbare planten. Een mulchlaag die ook plaats biedt aan vele andere organismen, aan natuurlijke vijanden van de belagers van je planten en groenten. En ja, opnieuw is hier niets nieuws onder de zon. Frank vertelt gewoon wat de natuur onze elke dag vertelt. Een bedekte bodem is de basis van alles. In een bos is toch ook alles bedekt of niet? En dit heeft zijn redenen, dit gebeurt niet zomaar.
  2. Schijnbare chaos : Dit principe vertrekt vanuit het gegeven dat randen essentieel zijn, dat een kromme lijn, een meer natuurlijk gegeven is dan een rechte lijn, dat combinaties logischer zijn dan een eindeloze opeenvolging van steeds dezelfde soort. Rechte rijtjes van sla / van prei, of noem maar op zijn tegennatuurlijk en eigenlijk de beste manier om het de belagers makkelijk te maken. Frank probeert duidelijk te maken aan de hand van een aantal voorbeelden dat het combineren van groenten / bloemen en kruiden in golvende lijnen grote voordelen biedt. Dat het meer natuurlijk is, zonder te vervallen in chaos, waar een kat de melk niet meer vindt. En wie de kans ziet om eens een rondleiding te krijgen op het domein van Frank en zijn ouders, die zal zien dat het toepassen van schijnbare chaos niet alleen kan leiden tot een grotere opbrengst op een kleinere ruimte, maar ook tot een sierlijk gegeven, tot echte natuur. Voor mij is schijnbare chaos tot nu toe het systeem (want ja dat is het) dat het dichtst aansluit bij wat de natuur ons biedt.

Daar waar het boek van Frank voor iedereen een aanrader is, of je nu een ervaren rot of een beginner bent, heeft het wat mij betreft ook enkele tekortkomingen. Ten eerste valt hij zeer vaak in herhaling, hij klopt met goede bedoelingen steeds maar op dezelfde nagel, waarschijnlijk omdat hij dit nodig acht, om zijn argumenten herhaaldelijk kracht bij te zetten. Maar na verloop van tijd kan dit vervelend over komen. Je wordt nagenoeg platgewalst met het begrip mulchen. Hij mulcht er bij wijze van spreken op los! Ten tweede kan je de indruk krijgen dat zijn principes voornamelijk weggelegd zijn voor deze met een relatief grote tuin, en dit omdat hij vertrekt vanuit zijn eigen ervaringen en die hebben nu eenmaal betrekking op een tuin van een paar hectare groot. Het zou daarom niet misstaan als Frank een hoofdstuk zou wijden aan de stadstuin, al was het maar om te illustreren dat de principes ook op een kleine tuin van toepassing zijn. Het hoeft niet, maar het zou zijn boek vollediger maken.

Frank heeft de verdienste dat hij het natuurlijk tuinieren op de kaart heeft gezet. Het feit dat zijn lezingen, zijn Webinars, zijn blogs steeds meer volk lokken is het bewijs dat hij slaagt in zijn opzet om mensen te begeesteren voor een andere manier van tuinieren en dat op zich al verdient respect, eindeloos respect!

Enkele nuttige links :

https://yggdra.be/

http://blog.natuurlijkemoestuin.be/

Brunette en Violette

Hier zijn ze dan, onze twee Indische Loopeenden, Brunette en Violette. De foto is van een jaar geleden, toen ze ons net kwamen vervoegen. Intussen hebben ze van onze tuin hun thuis gemaakt. Volgens mij hebben ze het naar hun zin, en soms wel een beetje teveel. Alvast, dat is wat ik toch soms wel denk.

Er zijn vele redenen waarom we voor Indische loopeenden hebben gekozen. De voornaamste was evenwel dat het perfecte natuurlijke bestrijders van slakken zijn en tegelijk van de groenten blijven. Soms durven ze eens hun snavel in de snijbiet te zetten, maar daar blijft het ook bij. Ze hebben ook geen hok nodig, nog een voordeel, en ze dienen nagenoeg niet bijgevoederd te worden. Enkel als het echt vriest, dan lusten ze wel wat meelwormen, of speciaal eendenvoer. Kippenvoer is eigenlijk niet echt geschikt want ze halen er enkel de mais uit en het geeft hen niet de nodige en juiste eiwitbalans.

Ze leggen vele eieren, perfect geschikt om gebak van te maken. Je kan natuurlijk ook kiezen voor omelet of roerei, al hebben wij dat zelf nog niet geprobeerd.

Belangrijk is dat de eenden steeds een emmer water, een vijverschelp of idealiter een vijver ter beschikking hebben. Het blijven waterdieren en zonder kunnen ze niet. Let er wel op dat ze niet bij de sier- en vissenvijver kunnen, want dan gaan al je vijverplanten er zonder genade aan. Ik spreek uit ervaring. Wij hebben dan ook een deel van de tuin voor hen onbereikbaar gemaakt.

Soit, wij hebben al veel plezier gehad van deze tamme dieren. En sinds hun intrede hebben we geen of nagenoeg geen last meer van slakken. Iedereen tevreden dus.

Water in de tuin

Als kind was ik steeds gefascineerd door water. En dan bedoel ik vijvers en poelen; niet het plaatselijke zwembad. Ik herinner me dat één van mijn beste vriendjes een reuze grote vijver had waar ik uren naar kon staren. Het spel van libellen, padden en kikkers, op het water springende muggen en ander gedierte; het kon mijn blik blijvend vasthouden.

Het is dan ook niet vreemd dat ik altijd al water in onze tuin heb gewild. Niet alleen om terug te peinzen in het verleden en herinneringen op te halen aan vroeger. Neen, water staat voor mij zowat gelijk aan het leven, het geeft een verfrissend gevoel, het is een schouwspel dat maar niet eindigt, gelukkig maar. De vraag was alleen hoe dit aan te pakken in een relatief kleine stadstuin? Hoe zorgen we ervoor dat er leven komt? Wat doen we best wanneer?

Dat ik hier nu aan denk, dat ik deze post nu schrijf, is eigenlijk best wel logisch, want de ideale periode om een vijver / poel of waterpartij aan te leggen is rond deze tijd van het jaar.

Typisch aan mij is om steeds wat verder te gaan in de zaken die ik onderneem. Alsof genoeg niet genoeg is. De eerste bescheiden stap richting water was het vullen van een oud wijnvat. Alleen al omwille van de decoratieve waarde mocht dit er zijn.

Vissen mochten er natuurlijk ook niet ontbreken en waterplanten gaven alles een mooi cachet. Het spreekt voor zich dat zo’n waterpartij, alhoewel mooi op zich, natuurlijk ook zijn beperkingen heeft. Zo trekt het leven aan, dat is waar, maar de toegang is er enkel van bovenaf, zodat padden, salamanders en kikkers er niet van kunnen genieten. Een spijtige zaak. Ook met het aantal vissen zat het fout. Van de 10 oorspronkelijke goudvissen, leeft er na 3 jaar namelijk nog één. Nu ben ik wijzer en weet ik dat het benodigde volume water per vis vaak onderschat wordt. Dat vissen in een vijver op zich niet steeds aan te raden zijn. Wat me wel verbaasde en tevens nog steeds verbaast is dat het water mooi blijft. Er is geen spraken van algen, en er is nochtans geen pompje of fonteintje aanwezig. Het is een zelfregulerend ecosysteem waar een web van onzichtbare organismen alles in het werk stelt om een evenwicht in stand te houden dat ideaal is. De zoektocht naar evenwicht is een inherent gegeven van het systeem natuur. Mooi en bewonderenswaardig.

De tweede stap in ons waterprojectje was het bouwen van een kleine waterpartij dicht bij de grond, of beter gezegd in de grond. We leerden uit de “fouten” van vroeger” Het is eigenlijk aan het afstapje naar een lager gedeelte van de tuin, zodat de rand langs één kant bereikbaar is voor alle leven en aan de andere kant een mooie afscheiding vormt. De bedoeling was het decoratieve aan het nuttige te koppelen, en ditmaal zonder vissen.

De basis was nog steeds vijverfolie, maar dan afgedekt met hout omwille van het decoratieve aspect. Het gesjouw, het plooien en vormen van de folie, zelfs voor een kleine oppervlakte, blijft me bij als een vervelende bezigheid. Tevens is en blijft folie fragiel, zelfs indien je de ideale dikte en beste kwaliteit neemt. Voor kleine waterpartijen, zou ik dit nu eigenlijk niet meer aanbevelen. Voorgevormde vijvers zijn er in alle maten en vormen, en dan nog eens goedkoper en duurzamer op de langere termijn. Voor echt grote vijvers is die optie echter gewoon geen optie meer.

De padden kwamen al gauw, en vraag me niet hoe want onze tuin ligt eigenlijk volledig omsloten. Bij mijn weten zijn muren nog steeds te hoog gegrepen voor een pad, maar soit, ze zijn er en gaan niet meer weg, of dat denk ik toch. Ook deze waterpartij ligt er nog steeds, maar kent enkele gebreken die ik bij nader inziens had kunnen voorzien.

Ten eerste liggen de vijvertjes nagenoeg steeds in de schaduw van bomen, behalve dan in de winter en de vroege lente. En bomen verliezen in de herfst hun blad. Niet dat dit erg is, maar voor een vijver niet ideaal. Alhoewel ook dat overdreven wordt. Ooit al eens iemand een net zien spannen over een natuurlijk ontstane vijver / poel of waterplas in de ongerepte natuur? Ooit al eens iemand de herfstbladeren zien weghalen uit diezelfde waterpartij? De reden om blad weg te halen zit hem voornamelijk in de combinatie van een vijver met siervissen. Indien het water het volume aan blad niet aankan worden er bij de vertering moerasgassen gevormd die onomstotelijk en zonder enige genade leiden tot de dood van die zo geliefde siervis. Schaduw heeft nog een andere keerzijde. Amfibieën verkiezen een warm, zonnig en verscholen bad in ondiep water. De beste locatie is dus halfschaduw, half zon.

Mijn honger naar water en leven was nog steeds niet gestild. Uiteindelijk hebben we nog een waterpartij toegevoegd aan de rand van het terras aan de achterkant van ons huis. De voorkant is gewoon de straat, dus dat was geen optie. De initiële bedoeling was een echte poel, maar op een zandgrond, met een zeer diep grondwater niveau, is dit onbegonnen werk. Deze keer kozen we niet voor folie, maar voor een voorgevormde vijver van 1000 liter. Je kent dat wel, van die vormen waar er reeds verschillende niveaus aangebracht zijn, plaats voor verschillende planten naar gelang de benodigde diepte. Van die voorgevormde vijvers bestaan er in alle volumes, dus ook veel kleinere, indien je ruimte beperkt is.

Vijver

En deze keer moest het goed zijn, dus kozen we en plus voor een goede pomp met gekoppelde biofilter en UV filter en tevens de mogelijkheid tot beekloop. En ook nu gingen er vissen in, hetgeen oorspronkelijk niet echt mijn bedoeling was, maar ja, ook ik heb mijn zwaktes. Eigenlijk bestaat er ook een groot misverstand over de benodigde diepte van een vijver. Vaak wordt alles op één hoop gegooid. Nochtans zit het zo : indien er vissen in de vijver komen is een diepte van 80 cm aanbevolen omdat dan in de winter bij vriestemperaturen het diepste deel nooit zal bevriezen. Geen siervijver met vissen heeft geen grote diepte nodig. Het omgekeerde is zelfs waar. De grootste biodiversteit komt voor in het ondiepe gedeelte aan de rand van water en grond, in de moeraszone. Steile randen zijn eigenlijk uit den boze. Dus hoe dieper de vijver, hoe groter het totale oppervlakte moet zijn om aan het probleem van steile randen tegemoet te komen.

Even belangrijk als het water is de keuze van de waterplanten, want zij bepalen de waterkwaliteit en het broodnodige evenwicht van het systeem. Een goede balans in waterplanten zorgt voor vermijdbare algen. Maar hier ga ik in één van mijn volgende posts dieper op in.

Het blijft mijn bedoeling om toch nog een echte moeraszone aan te leggen in de tuin, een heel ondiepe poel, kunstmatig weliswaar, maar och zo belangrijk voor de biodiversiteit. Er zijn diverse mogelijkheden en mijn zoektocht naar de beste opties zijn aan de gang. Ik hou je op de hoogte van de voortgang en het resultaat.

Heb jij water in je tuin, tips over do’s en dont’s, reageer dan gerust.