Hoe gaat het met de boompjes?

Dat is tegenwoordig zowat de meest gestelde vraag als ik het met anderen heb over ons bosproject. Vroeger stelde men me de vraag hoe het met mijn kinderen was, of met mijn ouders, of bij uitbreiding met een verre vriend. Zeker in tijden van Corona is de vraag naar hoe het met deze of gene gaat een blijk van terechte bezorgdheid. Dat mijn recent aangeplante boompjes nu ook die eer te beurt vallen, stemt me gelukkig. En de vraag is alvast zeer pertinent. Het is en was mijn stille hoop om deze dan ook steeds met de ons vertrouwde zinssnede te beantwoorden : « Dank voor de interesse, alles gaat goed ».

Was het maar zo eenvoudig. Even teruggaan in de tijd maakt veel duidelijk. Eind januari hebben we met een aantal vrienden op één dag 270 jonge boompjes (80 cm – 120 cm) aangeplant. De keuze van het plantsoen was voor mij van in den beginnen duidelijk. Zoveel mogelijk inheems enerzijds en een goede fit met de specifieke omstandigheden anderzijds. Dit betekent voor ons perceel voornamelijk een goede tolerantie, of zelfs voorkeur, voor een vochtige, voedselrijke bodem. Bijkomend kozen we voor een gemengd bestand, omwille van de ecologische meerwaarde en de verhoogde biodiversiteit.

Het bestand moest ook een goede aanvulling zijn op wat er al was, zijnde aanwas van Poplieren, houtkanten van Wilg, Meidoorn, Rood Kornoeltje, Sleedoorn en Hazelaar. Uiteindelijk viel de keuze dus op een goede mix van Zwarte Els, Zoete Kers, Zachte Berk, Winterlinde, Lijsterbes, Zomereik, Schietwilg en Mispel.

Alhoewel niet optimaal viel het planten zelf eind januari, net een dag na een periode van matige vorst en sneeuw, maar de bodem was nog goed bewerkbaar. Uitstellen was ook niet echt een optie want een latere datum vinden was met de drukke agenda’s van de vrienden nagenoeg onbegonnen werk. Het plantsoen lag ook al enkele dagen goed beschut, ingeduffeld op ons te wachten. Ik had het niet ingekuild, dus langer wachten zou, ondanks alle voorzorgen, het risico op uitdroging alleen maar groter maken. Om dit risico tot nul te herleiden, hebben we de boompjes net voor de aanplant ook een goed half uur laten drinken in de vijver. We kunnen dus niet anders dan ons een grote onderscheiding toe te kennen op alles wat voorafgaat aan de aanplant op zich. En ook op de aanplant zelf scoorden we meer dan behoorlijk. Een voldoende groot en diep plantgat, redelijk losse aarde, niet te veel aangestampt, de wortelaanzet net onder het oppervlak, … Check, check en nog eens check. Het kon dus niet meer fout gaan.

Dit alles was buiten de stevige storm, wiens naam me nu ontsnapt, de daaropvolgende vorst en sneeuw en de spitsvondigheid van de konijnen gerekend. Het is niet dat we geen beschermnetjes hadden voorzien tegen vraat, want dat hadden we juist wel. En ja, want ik hoor je al komen, deze waren ook best goed aangebracht, dus deels verankerd in het plantgat.

Dat ons perceel een speelweide was voor konijnen was ons niet vreemd. Sommigen zouden het een plaag noemen, maar ik zou eerder durven spreken van een onevenwicht door een gebrek aan natuurlijke vijanden. Momenteel ben ik samen met natuurpunt aan het bekijken of het aanbrengen van nestgelegenheid voor torenvalk en eventueel steenuil hier geen soelaas zou brengen. De boeren in de omgeving zijn begrijpelijkerwijs alvast ook voorstander van een inperking van het konijnenbestand.

Soit, die konijnen dus. Ze houden er een zeer uitgekiemde strategie op na en de sneeuw was een katalysator van wat op zich al een bedreiging vormde. Bij een wit sneeuwtapijt gaan de konijnen zeer actief op zoek naar iets om aan te knabbelen. Het prille groen van de late winter was mooi bedekt, en dus niet echt een optie. Dan komen we al snel uit bij die jonge boompjes in dat zwarte netje, als een rode lap op een stier.

Deel 1 van het tweestappen plan, is het losgraven van het netje om van onderuit het boompje van de bast te ontdoen. Zeer efficiënt voor het konijn, en een gegarandeerde dood voor het nog jonge boompje.

Stap 2 is nog eenvoudiger, en bestaat erin om tegen het netje / boompje aan te leunen, gebruik makend van de nog zeer grote buigzaamheid, om het zo tijdelijk plat tegen de grond aan te drukken en het knagen van aan de top te beginnen. Het guillotineren van de boom dus. Kop eraf en klaar is kees. Niet dat dit het einde van de boom betekent, maar toch, de verticale groei wordt er alleszins door beknot. Om het werk voor de konijnen nog iets makkelijker te maken, kwam de sterke wind in het spel. De met netjes omgeven boompjes vangen meer wind en gaan dus sneller liggen, hetgeen opnieuw in het voordeel van de uitdager speelt.

Nu klinkt het alsof de vraag hoe het met de boompjes was louter negatief beantwoord kon worden. Maar dat zou te ver gaan. Het gaat al bij al goed. De verliezen vallen mee en ik geniet ervan om op regelmatige basis mijn ronde te doen om aangebrachte schade op te meten. Nu de lente in het land is, en het zich ontluikende groen dus veel prominenter aanwezig, vallen de boompjes minder ten prooi aan die bende huppelende partners van het bos. Iedereen tevreden dus.

Ik kijk al uit naar het vervolg, in de hoop hier snel wat beelden van het nog jonge bladerdek te delen.

Heb je zelf ook ervaringen met het aanplanten van bomen, tips en tricks die nuttig kunnen zijn? Aarzel dan niet om deze hier te delen via de reacties. Voel je je geroepen om een gastbijdrage te schrijven. Je weet me te vinden.

Groet, Groennegenduust!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s