De tuinjungle: een staaltje aanstekelijke verwondering van Dave Goulson!

In tijden van kleurrijke tuinboeken met wonderlijke plaatjes is het boek van Dave Goulson toch wel even een verademing. De auteur heeft geen prachtige foto’s nodig om je mee te nemen in de wereld van je eigen tuin. Zijn pen, kennis en aanstekelijke jeugdige verwondering volstaan hierbij.

In “De tuinjungle – Tuinieren om de wereld te redden” neemt Goulson ons mee in het ecosysteem van onze eigen tuin. Een ecosysteem dat floreeert van de biodiversiteit en dat vandaag de dag meer dan ooit broodnodig is, gegeven de vaak schrale monocultuur van akkers, weilanden en de druk gebetonneerde omgeving daarbuiten. In zijn voorwoord stelt de auteur zelf : “Dit boek gaat over de wilde natuur pal onder onze neus, in onze tuinen en parken, in de kieren van stoepen en in de grond onder onze voeten, ……… Dit boek is een ode aan het leven van al die beestjes in onze tuinen. Ik hoop dat het je ook een paar ideeën aan de hand doet voor de vele praktische maatregelen die we kunnen nemen om die diversiteit te vergroten en nog mooiere planten en dieren te stimuleren in ons leven te komen. “

Het is altijd goed om de lezenswaarde van een boek af te toetsen aan de ambities van de auteur zelf. En bij deze kan ik alleen maar stellen dat hij daar wonderlijk in geslaagd is. Hij neemt ons mee op tocht in de fascinerende wereld van al het gespuis onder en boven onze voeten. Hij doet dit op een grappige luchtige wijze, zonder ook maar eens belerend te zijn. Bij het lezen voelde ik me net vaak nog een jonge knaap die op zijn buik in het gras de wereld ligt te ontdekken. De kracht van Goulson is juist die aangename balans van kennis, als een gerespecteerd bioloog, met de verwondering van een kind dat nog alles te leren heeft.

In het boek is de auteur vaak kritisch voor de door commercie gedreven tuincentra en de insecticiden en herbiciden overheersende wijze van het tuinieren. Maar zijn kritiek is er geen van een starre activist die stelt hoe het wel moet, integendeel, het is een bescheiden meeslepend verhaal van hoe het eventueel anders zou kunnen. Zo is Goulson zelf ook niet te beroerd om zijn eigen twijfel te laten doorsluimeren in de discussie over inheems versus uitheems. Een topic waar het vaak op een zwart wit discussie uitdraait, met hevige voor-en tegenstanders. Het is dan altijd fijn om een genuanceerde stem te horen, zeker als die komt van iemand met kennis van zaken.

Wie het boek leest zal het soms wel even gehad hebben met de lange opsomming van de diverse bijen, zweefvliegen, wantsen, mieren, spinnen etc… Maar dit is alvast geen reden om het niet te lezen. Het getuigt juist van de grote biodiversiteit waar we vaak geen besef van hebben of die ons op een of andere vreemde wijze ontsnapt. Ook de lange voetnoten zijn soms grappig en wat mij betreft zeker niet storend. Ze zijn vaak een verhaal op zich.

Het is op zich niet de bedoeling van Goulson om van ons een betere tuinier te maken, het is dan ook geen boek over de praktijk van het tuinieren. Zijn verhaal is er één dat ons inzicht verschaft in het ecosysteem van onze tuin en hoe we dat systeem juist zo goed mogelijk kunnen helpen opdat onze tuinen er uiteindelijk wel bij varen. Om een klein beetje de wereld te redden, kunnen we misschien beginnen in onze tuin!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s