50 tinten Groen

Tijd voor een melancholische, ietwat filosofische, maar fluweelzachte bedenking.

Het is paasvakantie en sommigen onder ons gaan dan wel eens op zichzelf, of met de kinderen, kleinkinderen, kennissen of vrienden naar een museum. Niets fout mee natuurlijk, waarom zou het ook fout zijn? Het maakt deel uit van mijn eigen leven, en maar goed ook. We bewonderen wat Chagall, Kandinsky of Monet hebben getoverd in een vlaag van een absolute creatieve bevlieging. We aanschouwen abstracte schilderijen of vormen van hedendaagse of minder hedendaagse kunst. We genieten van een concert, klassiek of modern, een ballet of een gedurfde dansvoorstelling. We beluisteren met een langzaam verslappende aandacht een opera of we herdenken de dood van Kurt Cobain in het nirvana van de dag. Kortom, we doen aan cultuur, of we denken dat we aan cultuur moeten doen. Het is hip, het mag of moet, het is van deze en alle vervlogen tijden. En op het einde van de dag voelen we ons gelukkig, tevreden dat we ook dat hebben gedaan, voltooid, gezien, beluisterd, gevoeld, aangeraakt en nog zoveel meer. Kunst als een pretpark, waarbij het entree ticket op zich een tastbare herinnering is van wat de dag te bieden had.

Maar laten we eerlijk zijn, vergeten we soms niet dat het meest authentieke museum zich in onze directe omgeving bevindt, in onze tuin of bij uitbreiding in het park, het bos, de  spoorwegberm, de monotone akker die iets minder monotoon wordt als we deze van dichterbij bekijken. Vergeten we niet om geregeld met een open blik te kijken naar wat er zich in deze zo nabije groenbruine oase aan ons bruine, groene, of blauwe ogen openbaart?  Zijn al deze vormen en kleuren, combinaties en formaties, die we met groot enthousiasme en met een van deze tijden gevraagde verplichting in musea en boeken aanschouwen niet gewoonweg een poging om te herhalen, te vatten, te bevatten wat zich onder onze eigen blik afspeelt ? Waarom hebben we zoveel respect voor deze grote kunstenaars terwijl ze eigenlijk maar bespiegelen, weerspiegelen  wat zich reeds jaren en eeuwen aan ons ontluikt in wat de meest authentieke vorm van kunst ons te bieden heeft? Is het omdat ze door ons, de mens gemaakt, bedacht zijn? Maar is dit wel zo? Zijn alle vormen en kleuren niet gewoon reeds aanwezig, direct en indirect onder onze eigen neus. Zijn alle geuren en kleuren die we creëren niet gewoon een kopie van wat reeds bestond en bestaat?

Daarom deze 50 tinten groen. Omdat de bloem op zich teveel aandacht krijgt, omdat het blad juist een schoonheid in zich draagt die vaak wordt vergeten. Het zou een leuk spel kunnen zijn met de kinderen, om zoveel mogelijk vormen en kleuren te verzamelen die zich pal voor onze neus, recht in ons aangezicht, aan ons ontluiken . Het blad als de koning van het seizoen. In de herfst zou ik het 50 tinten bruin kunnen noemen., Maar het is lente en daarbovenop regent het. De tuin is een pallet van kleuren, van vormen en schakeringen. Laten we ervan genieten en laten we even een museum uitstap links liggen, een concert aan ons voorbijgaan, om te aanschouwen wat we allemaal kennen, maar niet genoeg zien. Het blad in al zijn tinten.

Groet,

Groennegenduust.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s