One of my favorites :Chinese Kool

We schrijven 23 februari 2019. Het is weer één van die warme winterse dagen. We worden ze langzaamaan gewoon. Waarschijnlijk zit je buiten, bezig met het één of ander, aan het dromen van je moestuin. Misschien heb je al massa’s voorgezaaid en begin je te beseffen dat er plaats tekort zal zijn. En dan is er nog iets, je hebt je vrienden beloofd dat er deze zomer een waar moestuindinner op het programma staat. De tent is al besteld, want met het weer weet je nooit. Je wil zeker zijn. Je verwacht zo een 50 man, kinderen zullen er ook zijn.

Maar ja, wat zet je dan op het menu? De hoofdbrok moet toch uit je eigen zomerse tuin komen niet? Je hebt je trots, moestuintrots.

Chinese Kool is in die context één van mijn favorieten. En dit omwille van verscheidene redenen. Want ja, je moestuin is waarschijnlijk niet oneindig groot. En goed weer niet steeds gegarandeerd. Je moet dus anticiperen, alle mogelijkheden voorzien.

Chinese kool dus. Een frisse knapperige bite in een salade. Of soep, want ja die is er ook makkelijk van te maken. Roerbakken, een wokgerecht, stoempot, stoven, zelfs een ovenschotel of die felbegeerde smoothie, alles kan. En de smaak? Geen kool dus, al zegt de naam iets anders. Kindvriendelijk. Op zich zijn de mogelijkheden onbeperkt. Het is zo één van die groenten waar je nog op het laatste moment kan beslissen, in functie van het weer, je gemoedstoestand, je zin om snel of uitgebreid te koken. Je hoeft zelfs helemaal geen grote kok te zijn. Succes gegarandeerd.

En de teelt? Niet moeilijk alvast. Veel volume op weinig plaats trouwens, als je al aan efficiëntie mocht denken. Een relatief korte teelt. Niet iets dat je moestuinbed voor het ganse jaar bezet houdt. Voorteelten en nateelten behoren zeker tot de mogelijkheden. Heb je nu een aantal moestuinbakken, een vierkante meter tuin of ruimte zat; de Chinese kool leent zich tot dit alles.

Je zaait ze rechstreeks in de grond vanaf mei, of op een zaaibed onder glas als je de zaken wenst te vervroegen. En in juli, augustus en september heb je kolen om een leger te voeden 🙂 . Zaai of plant je nog eens met regelmaat in juli en augustus, dan heb je ook in de herfst tot eind november Chinese Kool. Makkelijker kan niet toch? Kies je trouwens voor combinatie teelt, zoals “schijnbare chaos” dan is het een perfect groente om alles mee te combineren. Geen massa’s blad die andere soorten dreigen te overschaduwen, neen, een compacte omhooggerichte snelle groeier. Knapperig en lekker.

Dus voor je moestuindinner is dit alvast een aanrader. Je zal het je niet beklagen.

Heb jij nog andere favoriete groenten, die multifunctioneel zijn, niet teveel volume innemen en toch veel volume geven. Snelle groeiers met een frisse bite? Laat maar weten.

Ben jij een “Koolstofopslag” Tuinier

Het gaat hier niet over loonopslag, alhoewel dit waarschijnlijk ook welgekomen zou zijn, maar het gaat hier weldegelijk over koolstofopslag. Hier in ons Belgenland en ook daarbuiten is het thema klimaat niet meer weg te denken. Jongeren spijbelen, mensen marsen zich collectief te pletter, wetenschappers schrijven open brieven, minister(s) nemen ontslag, bedrijfsleiders stellen dat ze ook iets willen doen, klimaatactivisten bestoken beleidsverantwoordelijken met duizenden sms’en enz…

Maar laat ons niet vergeten dat ook wij er zijn, want ja, als je deze blog leest, veronderstel ik toch dat er van jouw kant toch enige interesse is in het tuinieren. Dus, die “wij”, refereert naar “ons” als tuinier. Ik herhaal het met regelmaat : wij samen hebben vele tuinen, een “tuincomplex” dat goed is voor 8% van de oppervlakte van Vlaanderen, meer dan het dubbele van alle natuurreservaten samen (2,9%) en nagenoeg evenveel als alle bossen (11%). Dus samen kunnen we een enorme impact hebben.

Maar zijn we wel allen goede “koolstofopslag” tuiniers? En wat wil dat dan wel zeggen?

Vaak wordt er geopperd dat we individueel weinig kunnen doen, en wordt er gekeken naar het beleid, naar structurele maatregelen. Dat is allemaal waar, maar het is volgens mij een “en”-“en” verhaal. Onze tuin wordt door ons beheerd, daar komt geen minister in tussen. We “managen” die zelf. En dat kan dus op een klimaatpositieve, -neutrale, of -negatieve wijze. Soms denken we; wat kan ik dan behalve één of twee bomen planten nog meer doen? Wel, veel meer, je kan bijvoorbeeld een fervente “koolstofopslag” tuinier worden. Misschien ben je het wel al, bewust of onbewust.

Koolstofopslag en -uitstoot is een extreem complex gegeven en vaak ligt de focus op het collectief verminderen van de uitstoot (CO²), en wordt over de impact van ons handelen op de opslagcapaciteit weinig geschreven / gezegd. Nochtans hebben wij als tuinier hier een belangrijke rol te spelen.

Ik zou een “koolstofopslag” tuinier willen omschrijven als iemand die bewust en geïnformeerd handelingen en methodes toepast in zijn of haar tuin teneinde in de bodem en planten een maximale hoeveelheid koolstof vast te leggen. Anderzijds zal hij of zij logischerwijs zo weinig mogelijk zaken toepassen die de koolstofuitstoot bewerkstelligen.

Wist je bijvoorbeeld dat uit onderzoek blijkt dat de totale koolstofopslagcapaciteit van de bovenste 10cm van de bodem even groot zou zijn als de opslag in de totale biomassa van bovengrondse vegetatie in stedelijke gebieden.

Het hoeft trouwens helemaal niet zo moeilijk te zijn. Hier alvast enkele eenvoudige zaken die we kunnen doen en die een grote impact hebben. Voor wie al tuiniert op ecologische wijze of via permacultuur, schijnbare chaos of op een biodynamische wijze, zullen veel van deze zaken niet vreemd zijn. Maar dat ze ook te maken hebben met de koolstofopslag is misschien een leuke opfrisser en motivator:

  • Bewerk je bodem zo min mogelijk of zelfs helemaal niet. Er zijn veel redenen om je bodem niet te bewerken en er is al veel over geschreven. Maar spitten en ploegen heeft ook een groot effect op het “loslaten” of “uitstoten” van de opgeslagen koolstof en het vermindert tegelijkertijd de capaciteit van de bodem om die juist op te slaan. De voornaamste oorzaak hiervan is dat door te spitten of de grond te bewerken het schimmelnetwerk van de bodem wordt doorbroken. En het is juist de mix van specifieke schimmels en bacteriën die een cruciale rol spelen in het vastleggen van koolstof in de bodem.
  • Laat je bodem continu bedekt en het liefst met levende planten, met een actief wortelsysteem. Er wordt vaak aangeraden om te mulchen met organisch materiaal en bvb de bladeren in de herfst te laten liggen. Dat zijn zeker zaken die zijn aan te bevelen, en die positief zijn voor je bodem en de bodemvruchtbaarheid. Vanuit een koolstopopslag perspectief is het bedekken van de bodem met “levend” materiaal echter vele malen beter. Dit heeft te maken met de koolstof cyclus en de samenwerking tussen het actief wortelsysteem van planten en de micro-organismen in de bodem. Uiteindelijk leidt die samenwerking tot “humificatie” en dus koolstofopslag. Wanneer er enkel dood organisch materiaal aanwezig is, is er van koolstof opslag weinig sprake, integendeel zelfs. Bodemvruchtbaarheid en koolstof opslagcapaciteit zijn evenwel verweven, maar niet hetzelfde en mogen dus ook niet met elkaar verward worden. Het bedekken van de bodem kan gebeuren door het zaaien van grondbedekkers in de late zomer of de vroege winter in de moestuin bijvoorbeeld. Nog beter is er echter voor te zorgen dat er vaste planten of tweejarigen aanwezig zijn.
  • Zorg voor polycultuur in plaats van monocultuur en dit zowel in de moestuin, de siertuin als in het gazon. Planten (dus ook groenten) creëren in de bodem hun eigen microklimaat rond hun wortelzone waarbij ze specifieke en complexe samenwerkingen aangaan met micro-organismen voor de uitwisseling van voedingsstoffen en koolstof. Een mix van planten zorgt voor een efficiëntere koolstofopslag dan een monocultuur. Verschillende planten wortelen ook op verschillende dieptes en zijn via schimmelnetwerken ook effectief met elkaar verbonden. Eigenlijk is het een grote misvatting te denken dat planten met elkaar concurreren om voeding en water in de bodem. Het omgekeerde is juist waar. Veel recent wetenschappelijk onderzoek toont aan dat in een polycultuur diverse gewassen en planten niet alleen beter groeien, maar ook beter bestand zijn tegen ziekten en plagen. De verhoogde koolstofopslag is dan ook mooi meegenomen. Voor grondbedekkers geldt dus ook dat het beter is een mix te zaaien dan één soort, en dit los van de behoeften van je bodem.
  • Een ander en zeer belangrijk deel van onze tuin in verband met koolstofopslag is het gazon. Kort gezegd komt het neer op : minder maaien en maaisel laten liggen als mulch! Uit een onderzoek van 2007 bij 1.183 Vlaamse tuiniers bleek dat 81% van de respondenten stelde hun gazon meer dan 10 maal per jaar te maaien. Tevens werd bij 35% van de tuinen het grasmaaisel uit de tuin verwijderd via GFT ophaling of via het lokale containerpark. En in slechts 23% van de tuinen werd het maaisel als mulch op het gazon achtergelaten. Uit een ander onderzoek van de Bodemkundige Dienst van België, waarbij 14.500 bodemstalen genomen werden in 1.817 tuinen, bleek dat in 79% van de gazons het koolstof gehalte ver onder het optimale niveau lag. Eigenlijk komt het erop neer dat al onze gazons samen als een ware koolstof opslagtank kunnen fungeren, indien we ons gazon op goede wijze beheren. Het frequente maaien en weghalen van het maaisel zorgt er namelijk voor dat het organisch stofgehalte continu vermindert. Op basis van een combinatie van de hierboven genoemde onderzoeken werd berekend dat al onze gazons in Vlaanderen (goed voor 435 km² gazon) een bijkomende hoeveelheid van 901,712 Ton Koolstof kunnen opslaan. Dit enkel en alleen door een beter maaibeheer. Ongelooflijk toch!
  • Water en nog eens water : Ook een poel of vijver heeft een groot koolstofopslag vermogen. En tevens is het een bijzonder waardevol element om de biodiversiteit van je tuin te verhogen. Aarzel dus niet en ga ervoor.
  • Last but not least! Alhoewel ik denk dat het voor velen logisch lijkt, toch nog even deze. Het gebruik van kunstmatige meststoffen en chemische bestrijdingsmiddelen heeft een bijzonder negatief effect op de bodem en de daarbij horende capaciteit om koolstof op te slaan.

Heb je zelf nog tips of opmerkingen, laat dan zeker niet na om je reactie achter te laten.

Het grote tuinonderzoek

Over onze gezamenlijke tuinen in Vlaanderen en Nederland is weinig bekend. De laatste jaren zijn de onderzoeken op één hand te tellen. Waarom eigenlijk? Al onze tuinen samen zijn nochtans een niet te verwaarlozen stukje natuur.

Wist je bijvoorbeeld dat in Vlaanderen 8% van de totale oppervlakte uit privé tuinen bestaat, nagenoeg even groot als al onze bossen samen (goed voor 11%). Wist je dat in Nederland de privé tuinen allen samen een oppervlakte van 56.000 Hectare bestrijken. Dat in de UK de tuinen goed zijn voor 4500 km² land. Dat in de UK 16% van alle tuinen een vijver heeft, goed voor een totale wateroppervlakte van 450 hectare. Dat 54% van die tuinen 1 of meerdere bomen telt hoger dan 3 meter en dat we in totaal spreken van meer dan 28 miljoen bomen in privé tuinen in de UK. Cijfers die we niet hebben voor België of Vlaanderen.

Daarom deze tuinbevraging. Om een bescheiden zicht te krijgen op onze tuinen en dit te delen voor al wie hierin interesse heeft.

Het zou dus super zijn als je deze vragenlijst zoveel mogelijk deelt. Als je iedereen aanspoort om deze in te vullen, krijgen we een mooi zicht op ons gezamenlijk tuincomplex.

Door op onderstaande link te klikken kom je bij de vragenlijst. De resultaten zullen op diverse fora worden gedeeld en details zullen ook hier te bekijken zijn.

Vragenlijst

https://goo.gl/forms/t6t8UGdWsGxx3eKY2

Voorzaaien

Het is eind januari, het heeft net enkele dagen gesneeuwd, de grond is koud, maar binnen maken we het lekker warm. Veel zonlicht is er nog niet, de dagen zijn nog kort en de winter is nog niet voorbij. En het is juist nu dat de eerste foto’s worden gedeeld van vroege zaailingen, tomaten, paprika’s, sla, radijzen, ja, zelfs artisjok en kardoen. Perspotjes worden gemaakt, wc rolletjes blijken bij sommigen plots een tweede natuur te krijgen als goedkoop en handig zaairecipient. Zaaibakjes worden met de grootste voorzichtigheid gevuld.

Vermiculiet, fijn rivierzand, ze komen plots weer boven water. De voorraad is a lang ingekocht, want stel u eens voor dat er juist op dit moment een tekort ontstaat in de diverse tuincentra en moestuin doe-het-zelf zaken. Een ware ramp. Beter voorkomen dan genezen, anticiperen, controleren.  De moestuinier schiet in actie. Een winterslaap is niet aan hem of haar besteed. Integendeel. Het is nu dat het moet gebeuren. Het is nu dat we voorsprong moeten nemen.

De vensterbanken en veranda’s beginnen langzaam op een woeste jungle te gelijken. Kamerplanten kijken jaloers naar de tederheid waarmee hun plotse buren worden verzorgd. Ze worden er opnieuw aan herinnerd dat zij maar op de tweede plaats komen. Elk jaar diezelfde kwelling. Misschien is het goed dat ze even hun blaadjes laten hangen, als teken van, hé, ik ben er ook nog, een angstvallige roep om aandacht.

Voorsprong nemen op wat? Ik weet het niet. Binnen een paar weken komen de foto’s binnen van langgerekte bleekgroene stengeltjes en een paar blaadjes die ofwel te groot, te slap of juist te sterk zijn. En wat nu, het is nog koud buiten, te koud, dus er zit niets anders op dat te verspenen, snel naar een groter potje, met wat compost of wat normale tuingrond. Voeding is nu belangrijk, groei is de eerste prioriteit.

Mijn zaden, op uitzondering van een paar, die al in de volle grond zitten, genieten intussen nog vredig van hun winterslaap. Ze weten dat de tijd nog niet rijp is.  Het signaal dat ze mogen komen is er nog niet. Ze zitten nog niet in de grond, al zou dat wel al kunnen. Dan kunnen ze daar rustig verder dutten. De tomaten, paprika, en … zaden die vorig jaar bij toeval, of door de zelfgemaakte compost, in de grond waren verzeild geraakt, bleken uiteindelijk de beste. Ze kwamen later dan hun concurrenten die binnen verwend waren geweest. Ze begonnen later, veel later. Ze beslisten zelf wanneer het tijd was om uit hun rust te ontwaken. Maar ze haalden hun achterstand snel in. Geen plaag moest ervan weten, nee, die hadden het op die andere gemunt. Die waren een gemakkelijkere prooi door hun uitgerekte celwanden, zwakke fundamenten, door stress verweesde half slungelige groengedaanten.  

Geduld is een schone deugd, de natuur weet er wel raad mee. Waarom wij dan niet?

Inheems versus exoten in een veranderend klimaat

Ik moet het toegeven. Daar waar ik steeds op een duurzame en ecologische wijze tracht te tuinieren, zowel in de siertuin als in de moestuin, heb ik het moeilijk met de discussie over inheemse planten en groenten versus exoten. En dan heb je nog een andere soort, de invasieve exoten. Ik weet het gewoon niet. Soms zie ik foto’s verschijnen op diverse forums en dan komt vaak de opmerking, op een min of meer beleefde wijze, over het feit dat het een exoot is en dat men zich beter zou bezighouden met het planten en zaaien van inheemse soorten. Dit met het argument dat dat beter is voor de lokale biodiversiteit, dat het lokale soorten (bijen / hommels / vlinders / …) beschermt. Het maakt me wat onzeker, want ook ik heb exoten in mijn tuin. Ben ik dan niet goed bezig? Is dat zo erg? Ben ik dan een klimaatbarbaaar? Ben ik dan juist verre van duurzaam bezig? Hoe denk jij hierover? Geef gerust je mening in de reacties hieronder.

Het ligt dan in mijn DNA om wat lectuur te raadplegen, om dit topic toch wat onderzoek te gunnen. Dit omdat ik het belangrijk vind om mijn eigen standpunt en mening te vormen. Maar ik sta steeds open voor diverse argumenten en ben steeds bereid mijn mening te herzien indien daar de noodzaak toe is, indien ik belangrijke zaken over het hoofd heb gezien. Ik wil je echter ook stimuleren om enig voorbehoud te formuleren bij je huidige eigen mening en open te staan voor andere opinies. Gewoon omdat diverse opinies het debat verruimen.

Ik besef terdege dat deze post diverse reacties zal uitlokken en op zich is dat goed, want we leren van elkaar, niet? Tevens heb ik meer vragen dan antwoorden, maar dat mag, toch? Ik waag een poging om enige klaarheid te scheppen in een discussie die toch wel hevig woedt en zeer actueel is.

Daarom een eerste vaststelling die we niet mogen onderschatten : door de opwarming van de aarde, de klimaatverandering, schuiven soorten langzaam of snel op richting meer Noordelijke oorden. Daarbij is die migratie sneller voor insecten en voor diverse plagen dan voor de planten, of het nu eenjarige of meerjarige soorten zijn. Dit is een feit dat niet te ontkennen valt en waarover grote overeenstemming is onder klimaatwetenschappers. Je kan dan wel stellen dat we iets moeten doen aan het klimaat, en ik kan niet anders dan het daarmee eens zijn, maar los daarvan is de opwarming en de daarmee gepaard gaande evolutie een feit. Iets waar we ons zullen aan moeten aanpassen. Of we het nu willen of niet. Door deze verschuiving ontstaat dus een onevenwicht tussen lokale flora en fauna. Sommige insecten vinden hun waardplanten niet meer op het juiste moment en omgekeerd. Sommige planten worden geplaagd door ziekteverwekkers die er vroeger niet waren. Op deze manier worden ze dus fragieler en dreigen ze het moeilijk te hebben om te overleven in hun lokale habitat. En nog iets anders, sommige plagen komen minder voor daar de condities voor hun voorbestaan, zoals stevige vorst in de winter en vochtigheid in de zomer, gewoon minder en minder aanwezig zijn.

Een tweede vaststelling : een ecologisch systeem en evenwicht is een evolutief gegeven. Door de tijden heen is er steeds migratie geweest van soorten en heeft zich een ecologisch evenwicht geïnstalleerd dat tijdelijk is en dat dan weer uit balans is gebracht door veranderende omstandigheden om dan weer te evolueren naar een nieuw evenwicht. Het huidige lokale ecologisch systeem beschouwen als iets vaststaand is op zich geen oog hebben voor de historiek en voor veranderingen die eigen zijn aan de evolutie.

Een derde vaststelling : de definitie van wat inheems is, is niet eenduidig. Hoeveel jaar moet een soort in een lokale omgeving gevestigd zijn alvorens men ze als inheems beschouwd? Want wat is inheems te noemen? En in dezelfde lijn daarvan, wat beschouwt men dan als een exoot. Is een insect / plant of gewas dat perfect aangepast is aan de lokale condities, maar toch van andere oorden komt, als een exoot te beschouwen? Is dit niet eerder een uitheems adept? Een begrip dat ik hier ter plaatse even uitvind en poneer. Verschillende organisaties zoals o.a. Natuurpunt, pleitbezorgers van inheemse soorten, laten vaak na een definitie te geven van wat zij dan wel of niet als inheems / exoot beschouwen. En dat helpt ons natuurlijk niet veel verder.

Een vierde vaststelling is dat er natuurlijk soorten zijn die als invasief te catalogeren zijn en die zowel grote economische schade als milieu schade genereren. Een goed voorbeeld hiervan is de Japanse Duizendknoop die in vele gebieden in Engeland, België en Nederland grote economische en ecologische schade aanrichten. Dit natuurlijk als we de schade vanuit een vaststaand ecologisch systeem beschouwen. We mogen niet ontkennen dat we deze soorten zoveel als mogelijk dienen te bestrijden, alhoewel ook dit vaak onbegonnen werk is. Zeker wat bijvoorbeeld de Japanse Duizendknoop betreft. Indijken, gecontroleerd laten bestaan is dan meer van toepassing, ook al vinden we dit betreurenswaardig.

Een vijfde vaststelling : de algemene biodiversiteit is vaak groter in omgevingen die een mix zijn van inheemse en uitheemse soorten dan in een puur kunstmatig in stand gehouden inheemse habitat. Opnieuw, dit ontkennen is geen oog hebben voor de realiteit. Los van de toegenomen biodiversiteit dienen we ons natuurlijk de vraag te stellen of die biodiversiteit wel wenselijk is. Maar dat is een andere discussie en hierover verschillen ook de meningen. Het blijft dus moeilijk om in het bos de bomen te zien.

Dus opnieuw de vraag : ben ik wel goed bezig in mijn eigen tuin? Is het feit dat ik plaats gun aan hetgeen algemeen beschouwd wordt als een exoot wel te verantwoorden? Ik heb geen antwoorden. Ik vind dit een bijzonder moeilijke discussie, zoveel meningen, zoveel visies. Ik ben dan ook van plan om in één van mijn volgende posts een meer onderbouwde wetenschappelijke benadering te geven. Al was het maar om de discussie te verrijken, te verruimen.

in dit perspectief toch even enkele quotes van een man die ik naar waarde schat, van een recent vertaald boek dat ik als een soort bijbel beschouw voor de voedselbossen van deze tijd, of het nu kleine stadstuinen of een aantal hectare betreft. Ik kan me vinden in zijn manier van denken.

Citaat uit het boek “Praktisch handboek voedselbossen” van Martin Crawford

Een ander voor mij belangrijk citaat is het volgende :

“Bij rondleidingen in mijn voedselbos in Devon krijg ik vaak vragen over inheems / niet-inheems. ….. Immers, tarwe, gerst, mais, luzerne, appelbomen, aardappelen, hybride grassen voor grazers, erwten, bonen, peren en pruimbonen, tamme kastanjes, walnoten – het zijn geen van alle inheemse planten.”

Dus ja, dit even in gedachte, waar staan we dan met de discussie over inheems? Is een andere en meer tolerante benadering niet op zijn plaats?

Zoals reeds in het begin gesteld. Ik weet het niet en ik ben er zeker nog niet uit. Ik heb eerder wel de neiging te gaan voor een eerder tolerantie visie, dit vanuit evolutief perspectief en vanuit het besef dat zaken nu eenmaal evolueren en dat evolutie op zich geen slecht gegeven is.

Laat gerust jouw mening horen in de reacties , want jouw mening is belangrijk.

Het toevoegen van Effectieve Micro-organismen (EM) in de ecologische moestuin

Het was onlangs in het nieuws, dat we met zijn allen zeer veel vitamine -supplementen innemen terwijl dit ten eerste niet nodig is en ten tweede zelfs niet eens helpt. Een evenwichtige en gezonde voeding is de basis van alles en die zorgt ervoor dat de ideale verhoudingen van vitaminen in ons lichaam aanwezig zijn.

Hetzelfde geldt eigenlijk ook voor alles wat we met onze bodem doen. Alles wat we er aan toevoegen. We zouden ons trouwens kunnen afvragen waarom vele tuiniers steeds de neiging hebben om zaken toe te voegen, om in te grijpen in het proces van de natuur. Het begon met kunstmatige meststoffen, dan met organische meststoffen en vervolgens met het aanprijzen van het maken van gier, en het toevoegen van een mix van Effectieve Micro-organismen, kortweg EM genoemd. Op gelijk welke zak met tuin- en stekgrond wordt er tegenwoordig vermeld dat er actieve bacteriën aan toegevoegd zijn. Een mix die zich zou hechten in je bodem en die je bodem en je planten gezonder en beter zou maken. Een mix die er tevens zou voor zorgen dat je bodem beter bestand is tegen ziektes en kwalen. Maar wat is daar nu eigenlijk van aan?

Daar waar nu algemeen geweten is dat kunstmatige meststoffen niet enkel suboptimaal zijn, maar ook schadelijk voor bodem / plant en klimaat, kan dit tot nu toe niet gezegd worden van EM. Bij mijn weten is nog niet aangetoond dat deze een negatief effect hebben. Maar EM krijgen in zelfs goede boeken zoals “Het bodemvoedselweb” en “Bodembalans” een apart hoofdstuk, en worden al dan niet met enig voorbehoud aangeprezen. Wat echter ontbreekt, is ook maar enige wetenschappelijke onderbouw. Het is niet omdat micro-organismen in de bodem van levensbelang zijn, dat de toepassing ervan in onze ecologische moestuin ook een goede zaak is of dat het succes ervan gegarandeerd is. Net zoals de vitamines in ons lichaam. Enige wetenschappelijke duiding is dus op zijn plaats.

Het is winter, dus weinig werk in de tuin en tijd voor wat doorgedreven studie en opzoekwerk.

Wat zijn EM en welke voordelen worden er aan toegeschreven?

EM is eigenlijk een merknaam, maar wordt algemeen gebruikt voor het aanduiden van een vloeibaar mengsel of substraat van ‘bacterie- en schimmelculturen van nuttige en in de natuur voorkomende micro-organismen’ waarmee we onze bodem of composthoop enten. In het mengsel zitten een hoeveelheid micro-organismen van over de hele wereld, te verdelen over 4 grote groepen: melkzuurbacteriën, gisten, schimmels en fotosynthetiserende bacteriën. Naast de toepassing in de land- en tuinbouw worden ze ook gebruikt in het huishouden, waterzuivering, cosmetica etc… Maar ja, het gaat hier om onze tuinen, dus we houden het daarbij.

Als toepassing in onze tuin worden voornamelijk de volgende voordelen geclaimd :

  • Verbeteren van de bodemvruchtbaarheid
  • Verhogen van de ziekteresistentie en weerbaarheid van bodem en plant
  • Toepassing als effectieve bladbemesting
  • Versnellen van het composteringsproces en verhogen van de kwaliteit van de compost
  • Effectievere koolstofopslag en dus klimaat bevorderend
  • Verhoging van de gewasopbrengst per vierkante meter

Maar wat is hier nu allemaal van aan? Het moet misschien eerst gezegd dat het grootste deel van het onderzoek naar EM uitgevoerd is met grootschalige land- en tuinbouw in het achterhoofd. Maar onze ecologische moestuin is natuurlijk iets anders en de resultaten van het ene op het andere overzetten is een beetje kort door de bocht niet? En dan nog. Veel van die onderzoeken zijn van bedenkelijk allooi en dan vaak nog eens gesponsord door de producenten. Remember dat ook Monsanto nog altijd claimt dat Glysofaat niet kankerverwekkend is. Opletten geblazen dus.

Soms geeft een onderzoek zogezegd ontegensprekelijk aan dat EM enorme effecten heeft, maar vaak zit er een haar in de boter wat betreft methodologie. En als het onderzoek herhaald wordt, komen er vaak andere resultaten die het eerste onderzoek in twijfel trekken. Punt is dat de vele onderzoeken geen eenduidig beeld geven, dat sommige resultaten weinig betrouwbaar zijn en dat er zeker niets gezegd kan worden over het effect op onze ecologische moestuin. Maar qua marketing zijn de producenten natuurlijk wel goed bezig, want EM wordt op grote schaal toegepast en ook door vele tuinders.

Op zich is het niet verwonderlijk dat de effecten van EM moeilijk vast te stellen zijn en dat de resultaten steeds variëren. De bodem is een extreem complex systeem waar alles met elkaar verbonden is, waar micro-organismen elk hun eigen rol spelen en waar het exacte effect van één iets zeer moeilijk te isoleren valt. Ik ben zeker geen pleitbezorger van kunstmatige meststoffen, wat had je gedacht, maar puur vanuit wetenschappelijk standpunt is het te isoleren effect veel makkelijker aan te tonen. Je geeft stikstof die direct oplost en instant ter beschikking van de plant staat. Je kan dus makkelijk meten wat het effect ervan is op de groei en opbrengst van de plant. Het is nagenoeg 1 op 1. De bewustwording betreffende de negatieve effecten op de bodemgesteldheid, het klimaat, de weerbaarheid en sterkte van planten etc… kwam spijtig genoeg maar veel later. En nog steeds zijn er tuinders die kunstmatige meststoffen gebruiken.

Met EM is het anders. Je spreekt hier over micro-organismen die als mix worden toegevoegd en die meestal ook al in een bepaalde verhouding in de bodem voorkomen. En zeker in een al redelijk gezonde bodem, hetgeen van onze ecologische moestuin kan verondersteld worden. De toegevoegde micro-organismen staan in concurrentie met de reeds aanwezige organismen en er speelt zich een hele strijd af in het bodemvoedselweb. Onderzoek toont aan dat de mix eigenlijk direct wordt weggeconcurreerd in een reeds gezondere bodem, dat van directe effecten weinig sprake kan zijn en dat de veelheid aan claims eerder fake news zijn.

Zelf gebruik ik geen EM’s al moet ik toegeven dat ik er initieel toch wat voor voelde. Maar toen dacht ik, waarmee zijn we toch bezig? Waarom zou alles snel moeten gaan en waarom laten we de natuur haar werk niet doen? Heb je ooit al iemand EM’s zien toevoegen in het bos of in een natuurlijke omgeving? En toch groeit er alles naar behoren en reguleert de natuur zichzelf, op haar eigen tempo. Ik laat mijn bodem gewoon zoveel mogelijk met rust, ik gebruik veel organisch materiaal als mulch en ik composteer. En klagen kan ik niet. Onze bodem gaat erop vooruit, maar langzaam, en dat mag van ons, dat is goed.

Een gebied waar EM echter weldegelijk een effect zou kunnen hebben, is bij het moestuinieren in verhoogde moestuinbakken. Deze bakken staan niet in direct contact met de bodem en profiteren dus ook niet van het voedselweb van de bodem. Het lijkt dus aannemelijk dat er hier toch wel enig voordeel zou kunnen zijn door toevoeging van EM. Alhoewel ik nog steeds de voorkeur zou geven aan een goede mix van compost en tuinaarde. De compost zou moeten volstaan om een vruchtbaar geheel te creëren.

Mocht je interesse hebben om echt eens in detail te gaan, dan vind je hier bijgevoegd drie studies. Twee in het Engels en één in het Nederlands uitgevoerd door de Universiteit van Wageningen in opdracht van Velt, met de specifieke vraag naar de effecten van EM op de ecologische moestuin. Er zijn natuurlijk duizenden studies, maar ik raad je deze zeker aan!

Heb je zelf ervaringen met EM of heb je bemerkingen, laat het gerust weten in een reactie. Ik leer graag bij en geen enkele mening is niet voor herziening vatbaar.

Mijn Schijnbare Chaos Moestuinschema 2019

Omdat ik zo een believer ben van het principe van schijnbare chaos van Frank Anrijs, deel ik graag mijn schema voor het komende moestuinjaar.

Indien je het principe trouwens nog niet kent, raad ik je zeker zijn boek aan : ‘In 7 stappen naar een natuurlijke Moestuin’. Heb er ook zelf al een blogbericht over geschreven ( in sectie ‘literatuur’ )

Bekijk het schema hier :

moestuinschema_s 2019

Heb jij al een schema of opmerkingen die mijn opzet nog beter kunnen maken? Reageer gerust!

Is jouw tuin klimaatvriendelijk?

Een vraag die bij mij de laatste tijd vaak opspeelt, is hoe het gesteld is met onze tuin en haar bijdrage aan het klimaat. Is onze tuin klimaatvriendelijk? Want als we alle tuinen in België samenvoegen als een waar tuincomplex, dan is het natuurlijk belangrijk dat we samen tuinieren op een manier die een positieve bijdrage levert aan het klimaat of op zijn minst klimaat neutraal is.

Maar wat is dat dan een klimaatvriendelijke tuin? Aan welke voorwaarden moet die voldoen en hoe kunnen we er zelf voor zorgen dat we onze tuin stap voor stap meer klimaatvriendelijk maken? Wil je weten welke vragen ik mij zoal stel bij het tuinieren en de impact van tuinieren op het klimaat? Lees dan gerust verder. Voor antwoorden over wat we nu echt kunnen doen, plan ik per topic de komende weken een aparte post te schrijven want dit brengt ons hier te ver. Dus nog even geduld.

Onderaan deze post geef ik ook wat referenties naar meer diepgaande lectuur (meestal in het Engels) want ik vind natuurlijk het warme water niet opnieuw uit. Wat ik wel reeds lang probeer is een aantal zaken toe te passen. En ik kan alleen maar blij zijn met het resultaat en hopen dat we allen als tuinders onze bijdrage leveren.

Systeemdenken :

Een eerste belangrijke voorwaarde om klimaatvriendelijk te tuinieren, is dat we onze tuin benaderen vanuit het principe van systeemdenken. Er wordt soms meewarig gedaan over het gebruik van grote termen, maar wat mij betreft is dit echt wel een noodzakelijke voorwaarde. Het betekent dat we op een holistische manier naar onze tuin kijken. Dat we beseffen dat alles in verbinding staat met elkaar. Dat we niet in vakjes denken, maar de tuin als een geheel zien van delen die elkaar beïnvloeden. Zo dien je een vijver niet als een apart gegeven te beschouwen, maar als een waterpartij die leven aantrekt, die zelfs koeling brengt etc. Of zo kan je de keuze van vaste planten niet los zien van hun invloed op bestuivers, op plagen en op de vruchtbaarheid van de grond. Als we het zo bekijken dan groeit het besef dat alles wat we doen van invloed is op het gehele ecosysteem van onze tuin. Dat we niet zomaar het gras kunnen maaien en bewateren zonder dat dit ook een impact heeft op de koolstof opslag, op de waterhuishouding van de grond, op de aanwezigheid van het ondergrondse leven, van de nuttige insectenpopulatie. Ik zou zo nog een eindje door kunnen gaan.

Voorbeeld systeemdenken

De vraag die je jezelf dus best stelt is : Bekijk ik mijn tuin al op deze wijze? Observeer ikzelf hoe in de tuin bepaalde zaken in verbinding staan met elkaar? En zo ja, probeer ik dan zaken toe te voegen, acties te ondernemen die een positieve bijdrage leveren aan mijn tuin-ecosysteem en op deze wijze dus aan het klimaat in het algemeen?

Vragen die ik mezelf steeds stel bij elke tuin-actie die ik onderneem :

Het is natuurlijk nagenoeg onmogelijk om alles op te sommen. Daar bestaan ook boeken voor. En ik vind het ook moeilijk om alles toe te passen, maar dan denk ik, elke stap in de goede richting is meegenomen. Maar hier toch een overzicht van een aantal vragen waar ik bij het tuinieren zelf veel aandacht aan besteed en waarvan ik denk dat ze belangrijk zijn :

  1. Hoe ga ik om met het afval uit onze tuin en keuken?
  2. Draag ik zorg voor en beschouw ik de bodem als een waar voedselweb? Stimuleer ik het ondergrondse leven op een gezonde en natuurlijke manier?
  3. Wat met het gras in mijn tuin? Ben ik wel milieu bewust bezig wat betreft maaien, bemesten en bewateren? Wat wel doen en niet doen?
  4. Hoe ga ik om met water in de tuin? Wat kan ik nog beter doen?
  5. Zorg ik voor de bescherming en het aantrekken van bestuivers en andere nuttige insecten? Zijn mijn planten op dat gebied een goede keuze? Kan ik voor meer biodiversiteit zorgen en hoe dan?
  6. Is mijn tuin diervriendelijk en wat kan ik zoal doen om dit nog te verbeteren?
  7. Hoe zit het met mijn tuinontwerp en de selectie van planten en groenten. Hou ik rekening met hun impact op mijn tuin-ecosysteem? Welk systeem van moestuinieren pas ik toe? En wat zou ik kunnen veranderen?
  8. Ben ik selectief in het tuingereedschap en de eventuele machines die ik gebruik? besef ik wel genoeg welke impact die hebben op de bodem, de omgeving, het milieu in het algemeen?

Heb je zelf een manier om naar je tuin te kijken waar we iets van kunnen leren? Vragen die je je stelt, dingen die je toepast. Aarzel niet om te reageren onderaan dit bericht.

Als je toch al enkele antwoorden zoekt, hieronder wat nuttige links en lectuur :

Al onze tuinen samen

Kinderen die spijbelen voor het klimaat. Een klimaatmars in Brussel, allemaal tekenen dat het ons bezighoudt. Maar vaak wordt er gedacht : wat zijn onze kleine inspanningen waard, vervallen zij niet in het niets in het grote geheel?

We kunnen het echter ook op een andere manier bekijken. Wij als tuiniers, allen samen, kunnen een grote impact hebben. Een impact die zeker niet te onderschatten valt.

Wist je bijvoorbeeld dat in Vlaanderen 8% van de totale oppervlakte uit privé tuinen bestaat, nagenoeg even groot als al onze bossen samen (goed voor 11%). Wist je dat in Nederland de privé tuinen allen samen een oppervlakte van 56.000 Hectare bestrijken. Dat in de UK de tuinen goed zijn voor 4500 km² land. Dat in de UK 16% van alle tuinen een vijver heeft goed voor een totale wateroppervlakte van 450 hectare. Dat 54% van die tuinen 1 of meerdere bomen telt hoger dan 3 meter en dat we in totaal spreken van meer dan 28 miljoen bomen in privé tuinen in de UK. Cijfers die we niet hebben voor België of Vlaanderen hetgeen op zich al wil zeggen dat de overheid het belang van ons als tuinders nog niet goed inschat. Anders zou ze toch op zijn minst inspanningen doen om dit te becijferen.

Maar goed, op die wijze bekeken kunnen we niet anders stellen dan dat wij als tuiniers een immense impact kunnen hebben. Dit op voorwaarde natuurlijk dat we op een voor het milieu gezonde wijze tuinieren. Onze positieve bijdrage aan het klimaat kan groot zijn. Maar die impact kan ook negatief zijn, als we vergeten “positief” te tuinieren!

Elke tuin kan een steentje bijdragen aan de aanpak van globale problemen, zoals klimaatverandering en het verlies van biodiversiteit. Door alle tuinen als een geheel te beschouwen, als een “tuincomplex”.

De volgende weken ben ik van plan hier wat dieper op in te gaan, op wat dit voor ons tuiniers betekent, over hoe wij samen ons deel kunnen doen.

Maar eerst vond ik het fijn wat weetjes te verzamelen, was het maar omdat dit de zaken in perspectief zet.

En ja, ook even terzijde. Vaak worden er commentaren gegeven op wat je niet doet, een spijtig gegeven. Ik rij bijvoorbeeld met de wagen en ja, heel af en toe neem ik ook het vliegtuig. Ben ik dan een klimaatbarbaar? Is het niet beter te kijken naar wat we wel, kunnen en willen doen. Niemand is perfect toch, en alle kleine stapjes samen zijn belangrijk. Zo vind ik mijn tuin belangrijk en doe ik er alles aan om deze zoveel als mogelijk “climate proof” in te richten.

Wat doe jij zoal in je tuin? Laat niet na om dit hieronder in de reacties te laten weten.

Van grasveld tot florerende moestuin in 1 jaar

Een deel van onze tuin huren we. Het was een stuk zandgrond waar 20 jaar niets in was gebeurd, een heus gras- en onkruidveld, vol kweekgras, akkerwinde etc… Het was onze bedoeling om hier een florerende moestuin van te maken, steunend op de principes van schijnbare chaos van Yggdrasil en Frank Anrijs. Het zou en moest op natuurlijke manier gebeuren en sheetmulching leek ons een leuk experiment.

De fietshandelaar in de buurt zijn we alvast dankbaar voor al het karton!

Proces van het sheetmulchen in beeld :

En dan kwam het plannen, het zoeken naar mooie combinaties van bloemen, groenten en vruchten, het zaaien in volle grond en het toekijken op het groeiproces van zaad tot volwassen plant. Een florerend gegeven op 1 jaar tijd. Fier op het resultaat en nog meer overtuigd dat spitten geen zin heeft, dat sheetmulchen het ondergrondse leven stimuleert, dat de bodem alleen maar vruchtbaarder werd.

Het resultaat : een florerende moestuin!

Nuttige links

Ik ben er zeker van dat er reacties zullen komen op het gebruik van karton. Anticiperen en objectiveren is dan altijd beter dan in het wilde weg reageren. Daarom hier een aantal nuttige links en wetenschappelijk onderbouwde studies die de vragen kunnen wegnemen :

http://blog.pennlive.com/gardening/2008/10/toxins_in_newspaper_mulch.html
https://permaculturenews.org/2016/03/14/is-newspaper-safe-for-your-garden/
http://blog.natuurlijkemoestuin.be/is-karton-wel-goed-voor-uw-tuin/
http://blog.natuurlijkemoestuin.be/karton-de-laatste-aflevering/

Winterzaai!

Geduld is een schone deugd. Dat zeggen ze toch. Ik kan niet anders dan het er mee eens zijn. Voor mij komt het neer op de tijd zijn ding laten doen. Het zal niet meer lang duren alvorens we overal foto’s en verhalen zien van mensen die fier zijn op wat ze binnen hebben voorgezaaid, Ze willen de tijd in hun voordeel benutten, de tijd versnellen. Niets op tegen natuurlijk, iedereen zijn ding.

Maar als we daar eens goed over nadenken gaat dat gewoon volledig tegen de natuur in. Vaak komen binnen-voorgezaaide planten / groenten er zwakker uit en ondergaan ze grote stress eens ze buiten worden gezet, verspeend en geplant.

Wat kunnen we dan wel al doen in deze wintermaanden. Wel, het is de ideale periode om vaste planten buiten te zaaien, in potjes of in volle grond. De reden is simpel. Het is gewoon meegaan met de natuur. Het overgrote merendeel van vaste planten zijn licht- en koude kiemers. Ze hebben de koude (zelfs vries temperaturen) nodig om de zaden uit hun kiemrust te halen. En best ook nog wisselende temperaturen. Kieming begint dan ongeveer in maart.

Winterzaai in potjes

Ook vanuit financieel oogpunt is het zaaien van vaste planten een goede zaak. De gemiddelde prijs voor de aankoop van een vaste plant, bij kwekers en tuincentra, is 3 tot 4 Euro. Daar heb je al een zakje van een 200 tot 1000 zaden voor (afhankelijk van de soort). Stel je voor wat voor een voordeel je zoal doet. En er is toch niets mooiers dan zelf het proces van zaad tot plant te volgen niet? Och ja, het neemt tijd, want het duurt wat alvorens vaste planten bloeien, maar zoals gezegd : geduld is een schone deugd. De tijd zijn ding laten doen. De natuur zijn gang laten gaan.

Zelf heb ik een winterzaai gedaan van Monnikskap, Akelei, Verbena, Echinacea, Euphorbia, Dicentra, Persicaria enz.. Allemaal buiten in potjes. Benieuwd wat het gaat worden. Ik hou je op de hoogte.

Intussen zijn we een tijdje verder (half januari 2019), hebben we nagenoeg geen vriestemperaturen gekend, en toch zie ik de eerste kiemplantjes verschijnen. De koploper is de Persicaria Orientalis, met een grappig paarse kiem dat zijn kopje boven de aarde uitsteekt.

Kieming Persicaria Orientalis

Piet Oudolf : Ontwerpen met planten!

De naam Piet Oudolf is een begrip in de siertuinwereld. En ‘Schijnbare chaos’ is een begrip in de wereld van de moestuin. Het is geïntroduceerd door Frank Anrijs in zijn boek, “Natuurlijk moestuinieren in 7 stappen”. Wel, je zou kunnen stellen dat Piet Oudolf de grondlegger is van ‘Schijnbare Chaos’ op het niveau van de siertuin. Dat is alvast mijn persoonlijke mening. Zijn manier van combineren, van het kijken naar planten in functie van meer dan kleur alleen is baanbrekend. Het boek van Noel Kingsbury, als introductie op het werk van Piet Oudolf, is een mooi begin als je jouw siertuin een meer natuurlijke uitstraling wenst te geven. Kingsbury beschrijft op een zeer toegankelijke wijze de manier waarop Oudolf naar vaste planten kijkt. Een manier die in den beginne als bijzonder onconventioneel werd beschouwd.

Oudolf vertrekt vanuit het principe dat kleur slechts één van de elementen is in het ontwerpen van een beplantingsschema. Belangrijker nog zijn de vorm, de structuur, de grote en kleur van het blad, de wijze waarop een plant zich gedraagt doorheen de seizoenen, de stemming die het oproept, de functie van een plant als gatenvuller of structuurplant. De functie van grassen en de beweging die ze met zich meebrengen, werken inspirerend. En de combinatie van dit alles doet het geheel zeer natuurlijk overkomen, Het is alsof Piet Oudolf ons met de neus op de feiten drukt, dat hij ons toont hoe vaste planten zich werkelijk in symbiose met elkaar gedragen. Een beplanting die in alle seizoenen haar schoonheid onthult, die het traditionele denken overstijgt. Een beplanting die als mooie meevaller ook nog eens fantastisch is voor het zo bedreigde leven van de vlinders, bijen en hommels om ons heen.

Als je Piet Oudolf en zijn visie op vaste planten nog niet kent, is het boek “Ontwerpen met planten” best wel een goede introductie. In het slechtste geval is zijn visie gewoon niets voor jou, maar zelfs dan zal je inspiratie opdoen, al was het maar dat je op een andere manier naar vaste planten leert kijken. In het beste geval sta je verstelt en denk je van, wow, dit is iets dat ik wat meer moet toepassen in mijn eigen tuin. Wel, dan heb je alvast een goede houvast, leer je -hoe ervaren je ook bent- een aantal planten kennen die een mooie aanvulling kunnen zijn in je eigen tuin.

Het is natuurlijk mogelijk dat je denkt : wat moet dat allemaal kosten? Een logische vraag lijkt me, maar dat mag je niet afschrikken. Piet Oudolf is wereldbefaamd en het is dan ook normaal dat hij in zijn werk direct resultaat wenst, dat zijn klanten dat wensen. De implementatie van zijn projecten kosten natuurlijk duizenden Euro’s, maar ja, wat had je anders gedacht.

Laat je echter niet afschrikken, gebruik zijn werk als inspiratie voor je eigen tuin en kopieer het niet losweg. De kosten kunnen enorm gedrukt worden door zelf zaden te bestellen van de planten die je leuk vindt. Door geduld te hebben en zelf te zaaien, want er is niets leukers dan het proces van zaad tot plant te volgen. Als je hier een leidraad wenst kan je alvast mijn bericht over de “winterzaai” eens lezen, want dit is de manier waarop ikzelf de kosten druk.

En ik heb ook van de verschillende planten die in het boek aan bod komen een aantal Pinterest borden gemaakt zodat je makkelijk een overzicht hebt en op snelle wijze een beeld krijgt van wat jij eventueel leuk vindt en wat van toepassing kan zijn op je eigen tuin. Aarzel niet om even een kijkje te nemen. De borden zijn geordend naar de structuur die Oudolf zelf gebruikt, van gatenvullers tot intermediaire- en ware structuur planten.

https://nl.pinterest.com/groennegendusst/oudolf-garden-design/

Voorts wil ik natuurlijk graag weten wat jij zoal toepast in je eigen siertuin, dit vanuit de visie dat het delen van ervaringen alleen maar leerrijk kan zijn, dat we allen kunnen leren van wat de ander doet in zijn of haar tuin.

Ik kijk alvast uit naar jullie reacties!

Water in de tuin

Als kind was ik steeds gefascineerd door water. En dan bedoel ik vijvers en poelen; niet het plaatselijke zwembad. Ik herinner me dat één van mijn beste vriendjes een reuze grote vijver had waar ik uren naar kon staren. Het spel van libellen, padden en kikkers, op het water springende muggen en ander gedierte; het kon mijn blik blijvend vasthouden.

Het is dan ook niet vreemd dat ik altijd al water in onze tuin heb gewild. Niet alleen om terug te peinzen in het verleden en herinneringen op te halen aan vroeger. Neen, water staat voor mij zowat gelijk aan het leven, het geeft een verfrissend gevoel, het is een schouwspel dat maar niet eindigt, gelukkig maar. De vraag was alleen hoe dit aan te pakken in een relatief kleine stadstuin? Hoe zorgen we ervoor dat er leven komt? Wat doen we best wanneer?

Dat ik hier nu aan denk, dat ik deze post nu schrijf, is eigenlijk best wel logisch, want de ideale periode om een vijver / poel of waterpartij aan te leggen is rond deze tijd van het jaar.

Typisch aan mij is om steeds wat verder te gaan in de zaken die ik onderneem. Alsof genoeg niet genoeg is. De eerste bescheiden stap richting water was het vullen van een oud wijnvat. Alleen al omwille van de decoratieve waarde mocht dit er zijn.

Vissen mochten er natuurlijk ook niet ontbreken en waterplanten gaven alles een mooi cachet. Het spreekt voor zich dat zo’n waterpartij, alhoewel mooi op zich, natuurlijk ook zijn beperkingen heeft. Zo trekt het leven aan, dat is waar, maar de toegang is er enkel van bovenaf, zodat padden, salamanders en kikkers er niet van kunnen genieten. Een spijtige zaak. Ook met het aantal vissen zat het fout. Van de 10 oorspronkelijke goudvissen, leeft er na 3 jaar namelijk nog één. Nu ben ik wijzer en weet ik dat het benodigde volume water per vis vaak onderschat wordt. Dat vissen in een vijver op zich niet steeds aan te raden zijn. Wat me wel verbaasde en tevens nog steeds verbaast is dat het water mooi blijft. Er is geen spraken van algen, en er is nochtans geen pompje of fonteintje aanwezig. Het is een zelfregulerend ecosysteem waar een web van onzichtbare organismen alles in het werk stelt om een evenwicht in stand te houden dat ideaal is. De zoektocht naar evenwicht is een inherent gegeven van het systeem natuur. Mooi en bewonderenswaardig.

De tweede stap in ons waterprojectje was het bouwen van een kleine waterpartij dicht bij de grond, of beter gezegd in de grond. We leerden uit de “fouten” van vroeger” Het is eigenlijk aan het afstapje naar een lager gedeelte van de tuin, zodat de rand langs één kant bereikbaar is voor alle leven en aan de andere kant een mooie afscheiding vormt. De bedoeling was het decoratieve aan het nuttige te koppelen, en ditmaal zonder vissen.

De basis was nog steeds vijverfolie, maar dan afgedekt met hout omwille van het decoratieve aspect. Het gesjouw, het plooien en vormen van de folie, zelfs voor een kleine oppervlakte, blijft me bij als een vervelende bezigheid. Tevens is en blijft folie fragiel, zelfs indien je de ideale dikte en beste kwaliteit neemt. Voor kleine waterpartijen, zou ik dit nu eigenlijk niet meer aanbevelen. Voorgevormde vijvers zijn er in alle maten en vormen, en dan nog eens goedkoper en duurzamer op de langere termijn. Voor echt grote vijvers is die optie echter gewoon geen optie meer.

De padden kwamen al gauw, en vraag me niet hoe want onze tuin ligt eigenlijk volledig omsloten. Bij mijn weten zijn muren nog steeds te hoog gegrepen voor een pad, maar soit, ze zijn er en gaan niet meer weg, of dat denk ik toch. Ook deze waterpartij ligt er nog steeds, maar kent enkele gebreken die ik bij nader inziens had kunnen voorzien.

Ten eerste liggen de vijvertjes nagenoeg steeds in de schaduw van bomen, behalve dan in de winter en de vroege lente. En bomen verliezen in de herfst hun blad. Niet dat dit erg is, maar voor een vijver niet ideaal. Alhoewel ook dat overdreven wordt. Ooit al eens iemand een net zien spannen over een natuurlijk ontstane vijver / poel of waterplas in de ongerepte natuur? Ooit al eens iemand de herfstbladeren zien weghalen uit diezelfde waterpartij? De reden om blad weg te halen zit hem voornamelijk in de combinatie van een vijver met siervissen. Indien het water het volume aan blad niet aankan worden er bij de vertering moerasgassen gevormd die onomstotelijk en zonder enige genade leiden tot de dood van die zo geliefde siervis. Schaduw heeft nog een andere keerzijde. Amfibieën verkiezen een warm, zonnig en verscholen bad in ondiep water. De beste locatie is dus halfschaduw, half zon.

Mijn honger naar water en leven was nog steeds niet gestild. Uiteindelijk hebben we nog een waterpartij toegevoegd aan de rand van het terras aan de achterkant van ons huis. De voorkant is gewoon de straat, dus dat was geen optie. De initiële bedoeling was een echte poel, maar op een zandgrond, met een zeer diep grondwater niveau, is dit onbegonnen werk. Deze keer kozen we niet voor folie, maar voor een voorgevormde vijver van 1000 liter. Je kent dat wel, van die vormen waar er reeds verschillende niveaus aangebracht zijn, plaats voor verschillende planten naar gelang de benodigde diepte. Van die voorgevormde vijvers bestaan er in alle volumes, dus ook veel kleinere, indien je ruimte beperkt is.

Vijver

En deze keer moest het goed zijn, dus kozen we en plus voor een goede pomp met gekoppelde biofilter en UV filter en tevens de mogelijkheid tot beekloop. En ook nu gingen er vissen in, hetgeen oorspronkelijk niet echt mijn bedoeling was, maar ja, ook ik heb mijn zwaktes. Eigenlijk bestaat er ook een groot misverstand over de benodigde diepte van een vijver. Vaak wordt alles op één hoop gegooid. Nochtans zit het zo : indien er vissen in de vijver komen is een diepte van 80 cm aanbevolen omdat dan in de winter bij vriestemperaturen het diepste deel nooit zal bevriezen. Geen siervijver met vissen heeft geen grote diepte nodig. Het omgekeerde is zelfs waar. De grootste biodiversteit komt voor in het ondiepe gedeelte aan de rand van water en grond, in de moeraszone. Steile randen zijn eigenlijk uit den boze. Dus hoe dieper de vijver, hoe groter het totale oppervlakte moet zijn om aan het probleem van steile randen tegemoet te komen.

Even belangrijk als het water is de keuze van de waterplanten, want zij bepalen de waterkwaliteit en het broodnodige evenwicht van het systeem. Een goede balans in waterplanten zorgt voor vermijdbare algen. Maar hier ga ik in één van mijn volgende posts dieper op in.

Het blijft mijn bedoeling om toch nog een echte moeraszone aan te leggen in de tuin, een heel ondiepe poel, kunstmatig weliswaar, maar och zo belangrijk voor de biodiversiteit. Er zijn diverse mogelijkheden en mijn zoektocht naar de beste opties zijn aan de gang. Ik hou je op de hoogte van de voortgang en het resultaat.

Heb jij water in je tuin, tips over do’s en dont’s, reageer dan gerust.

Tuinonderzoek : laatste dag!

DIT ONDERZOEK IS INTUSSEN AFGESLOTEN : BINNENKORT KOMT ER EEN UITGEBREIDE BLOGPOST OVER DE BEVINDINGEN!

Twee weken geleden vatte ik het idee op om een bescheiden onderzoekje over onze tuinen op te starten. Gewoon omdat er in Vlaanderen nagenoeg niets geweten is over onze tuinen. Gisteren hoorde ik de Vlaamse Bouwmeester in “De Afspraak” zeggen dat onze natuurreservaten slechts 2,9% van de oppervlakte uitmaken. En ik dacht, ja, en waarom niet eens spreken over de tuinen, die maken 9% uit van de totale oppervlakte van Vlaanderen. Een heus natuurreservaat op zich.

Tegen mijn verwachtingen in hebben intussen meer dan 700 mensen de vragenlijst ingevuld. Dit had ik nooit durven dromen. En oprechte dank daarvoor. Dit helpt om de resultaten meer draagkracht te geven.

Voor wie de vragenlijst nog niet heeft ingevuld, dan is het nu het moment, want op zondagavond wordt het onderzoek afgesloten en kan ik beginnen met de analyses.

Hier nog eens de link naar de vragenlijst: zo kan je alsnog deelnemen:

Vragenlijst:

https://goo.gl/forms/lo4N8ITh5OUbYTGw1

Het jaar van de tuinier

Als je eens een luchtig en grappig boekje wil lezen dat continu een zachte glimlach op je gelaat tovert, dan is “Het jaar van de tuinier” een goede aanrader. Het boekje is geschreven in de vroege jaren 1900, maar oh zo actueel. Het is grappig en tegelijkertijd serieus. En het is vooral herkenbaar voor al wie met tuinieren bezig is, en het is kort, geen 100’den bladzijden met belerende intenties, maar een met humor geschreven stukje literatuur.

Karel Capec, ja dat is de auteur, slaagt erin om ons te begeesteren, hij doet wat weinigen kunnen. Capec beschrijft maand per maand wat de tuinier zoal bezighoudt. Hij neemt ons mee in de dagdagelijkse beslommeringen en vreugdes van het tuinieren op zich, dit alles met veel humor doorspekt. Ondanks het feit dat zijn unieke werk geschreven is in een tijd waarop het tuinieren hopelijk op een andere wijze werd beoefend als vandaag, slaagt hij er toch in om ons een grappige glimlach te ontlokken. Vaak denk je, van ja, dat herken ik, en ja, zoveel is onze manier van tuinieren niet veranderd. Het is zo een boekje dat je bij het slapen gaan nog even ter hand neemt. Dat je toestaat om op een vredige manier de slaap te vatten.

Soit, ik ga hier niet teveel woorden verspillen om iets aan te prijzen dat de moeite waard is. Gewoon lezen zou ik zo zeggen. En indien het je niet bevalt, wat kan het kwaad. Die glimlach kunnen ze je niet meer afnemen.